Voordat de prins

Ik danste altijd ingekeerd.
Wel heel bezeten, de dansvloer gutst
zwierend en bezweet uit mijn heupen
zo beduizelend dat het kleeft en brult -
alleener en alleener. In rondjes draaien

en nergens is een spiegelwand alleen
maar discobollen en stemmen over
de melodie. Mijn dans is dubbelblind:

mijn bril zit in mijn zak (als hij
zou vallen zou ik kruipend op de tast
stampende zolen krijgen)
en ik heb mijn ogen dicht.

Ik had dan ook altijd blauwe plekken
en boze blikken op mijn rug geplakt
maar ik ging weer en weer,
want in de muziek

spinde ergens jij.