Aan.

 

Schrijft de kleine man
zijn naam hardop in het zand
als het giet,

met dikke vingers
die ruiken naar verlegen
zoet snoepen.

Hij zit en staart ernaar,
wie neemt zijn naam als eerste mee
de zee of de regen?

Zij, die de zijne zijn zal, graaft
met ingehouden adem een kuiltje
aan de andere kant van de wereld.

Daar bewaart ze haar
diadeem in en de pen die lievelings is
ze zit en staart ernaar
en telt al zestien kuiltjes.

Ze kijken elkaar
aan.

 

photo copyright David Whittemore