Liefde Maken

Op de rand van het bad zit hij. Onder water,

zijn gebalde vuist uit de opgestroopte mouw.

Je staat naakt tegen zijn rug, je fluistert. Hees.

De deur gesloten. Zijn adem schampt de wandtegels

waar door de jaren druppels banen trokken.

Waarin rauwe kerven herhalen herhalen: "Laat me niet alleen."

Je lost de tweede knoop van zijn bloes,

legt je hand op zijn schokkeborst. Hij knikt.

Bloed wolkt van zijn vuist, in de damp vouwt zijn stem "blijf";

dekens die langs je schouders gleden, leeg liggen

prevelen om je enkels, tussen scherven en water rijzend 

"blijf bij mij". Je lippen raken zijn hals, zijn ogen verliezen grip.

Ergens hangt ook jouw schreeuw nog. Open.

Zijn overgave ontspant zijn vuist vol spiegelglas dat

gezonken op de bodem alles van jouw en alleen

van jouw weerspiegelt. Je gift gekoesterd.