Deze hand van glas

de hand met de blote vraag

stokt zo het gaat langs 

de rand van praten

binnendijen waar licht 

schaduw kluistert in

 

haar blik springt het van zijde 

naar smeek zij de maan

krult hunkeren

alleen de zee

geeft mee stript de kades

en de kusten rukt zich

van zich tot mist tot wolken

tot de greep de overhand

schokt het van torso

de hand

 

met de trage lust rust in

je schoot en op je borsten

stort met drama kramp

tegen de wand de hand laat

sporen na schrijft schroom

van het vlees de hand stottert

de hand briest de hand steelt

bloemengeuren van haar hals

deze hand die breken kan

deze hand van glas