Jouw kust

"Maak me" kaatste in mijn kindverhalen

van vangwanden, vlechtwerken en matrassen metersdik.

In symmetrie ontstaken we kampvuren aan de kust,

we hielden de wacht. Met een verrekijker zag ik

je kust, je lach.

 

Later, toen je verdronken was of ontvoerd, klonk ik echo,

schonk ik de glazen dronken verbrandde uren.

 

Ik drijfzandde. Wolken werden onmogelijk vormen na mijn blik.

De mensen sloten de luiken. "De orkanen komen!".

Zee zakte, zand groeide mijn kuiten op,

verzonk in mijn keel, haalde me laag op laag ineen.

Een rots waar schepen enkel op stranden.

 

Nu zitten we hier. Met wind in ons gezicht.

Jij verdronk of werd ontvoerd. Ik sleet en spleet,

verloor me over zeven zeeën. Ik borstel je haar.

 

Ik waak.

Jij wijst,

 

"daar", omhoog, "je kindverhalen".

 

Hier is jouw kust.