onder de zee

De stad ruikt staal als andere wolken sluiten.
Je zit op de stoep en lacht. Nu schijnt de zon.
We zullen niet zinken. Ook al onder zee.
Schaduwfiligraan zacht je schouders. De ceiba.

Glas breekt. Sirenes huilen. Zo regent het.
Vanavond vaart het schip. De laatste gaten
dichtgeslagen. Iedereen aan boord.
Ze zingen niet te zinken zullen.
Ik dans op dat laatste liedje.
Met allés dans ik dat, je streelt
de bloes van mijn schouders en het gewicht.

Sinds de nacht brak ruikt de zee slaperig.
Er zweven raamkozijnen, koelkasten en piano's.
De wolken wringen de laatste druppels.

Je zit op de kiel van de stalen stad.
Mijn haar stamelt in je vingers.
Ik wilde dat in mijn zinnen meer omhelzing.
Je omhelst. "Zo."
Water rimpelt zacht je schouder.
De spiegel van de zee.