notitie

Als dit al schrijven was

dan was ik meer de inkt.

 

Zo daagt het me: het licht sijpelt in

kanten schaduw doezelend klankend

van je hals ze klampt langs

je sterke schouders verzucht op de stramste

stenen verdwijnt en blijft in de bolle randen

 

van het water dat ik morste.

Op het terras trekt een vlinder zich hier niets van aan.

 

Je knippert. Natuurlijk wil ik vrijen,

 

over en weer zo teer te zijn dat wat je vangt ankert,

hangt te drogen van de tijd. Van dichtbij

druppelt wat je ziet op de stramste stenen,

vangt de zon van je hals, van de vlinder,

de schaduwkant drijft en blijft,

onschrijfelijk.