Heel te zijn

Op de rand van een stoep zit ik,

staar de lucht leeg en breek in, 

"Er zitten gaten in mijn huid.

Plekken die ik niet ken.

Die, als de spiegel ze me geeft,

me de lippen blaren,

"Ik kliefde en proefde bitter niet"",

met het breken in mijn benen

brak je mijn zomer.

Te zien en nieuw te krijgen

in armen bol verlangen,

vermoeid van licht te dempen,

dat door de gaten, prevelt

de leugenloze het liefdesliedje

van jou en mij.

Tussen mijn schouders

verdampt de druk van je hand

niet.