Meer van de tijd

Meer van de tijd dan van de pijn

stapelen we dagen aaneen.

In het kleinen trekken vogels over,

een vlucht blauwe veren. Die verloren zijn 

vinden we in de jasmijn.

 

Doorgaans vertil ik mij dan aan de gedachte

dat je dit ooit zag zonder mij te kleden, en,

dat wat ik draag zo weinig heeft; om het lijf.

Je breekt de stroeve takken van mijn haren -

 

ik merk ze nauwelijks meer op, tot jij ze lief hebt -

en steekt er veren in. Blauwe. "Een kroon",

zeg je dan. Ik, "Ik zal je een jurk rijgen van jasmijn."

Dan vul ik de lucht met hoop en geluk.

 

Je legt je hoofd op mijn schouder,

bestijgt de troon en noemt het

een dag.