Maar in liefde.

I.

 

Over de wegen dondert

de leegte. We verlieten de stad

op naar een huwelijk.

 

Lucht krakend linnen.

In donkere glazen bedeesd

smeek je me de krassen

van zweet - de aarde en alles

terug in het graf.

Schelle strepen zonlicht

zwepen een dag die haast niet stopt.

 

Je, je hoofd in mijn schoot.

Achterin koffers

met roest op de sloten.

Alhoewel alles nog gezegd

moet blijven woorden.

 

De kerk heeft schorre hoeken

maar een houten dak.

Je giechelt, ons dronken

ons kronen de wereld te neem.

Het is zo koud buiten.

 

II.

 

"Hij vond haar tussen depressies

en perverse sprookjes,

zij hem in gebreken, pijnverstillers en hoop.

Ze klampte van haar Texaanse los

zijn flatje in Lahti

om niet alleen te vervallen.

 

Maar in liefde."