Souvenir

Te dragen om weer op te komen.

Ik heb je lief zo ik je me,
regel na regel, omhang en halfluid herhaal,
Achter de dag achter deze dag.
Ik vind je gebogen in tranen met je hand op je enkel,
gestoken, Door een beest uit de grond.

In het gras, uit de wond in je hiel, viel een medaillon,
een koesterij die geen herinnering maar wel in je lijf wilde zijn.
Opengebroken toont het, een meisje die dochter is
en niets dan dat, toch verwijdert in zand en zee, de rand
van haar jurk is nat en gescheurd. Ik herken de stof,
je draag haar nog. En een emmer, we kunnen niet zien
wat ze verzamelt, haar hand rust erop. Dagen,
zeg je, Ze draagt zich de dagen weg.

Je neemt mijn hand terwijl je je recht,
De eerste keer dat ik je zo hield ontroerde je me.
Ik omarm je, je zegt, Je stilte ontroert me,
zoals je zo-even met je ogen hier bij mij,
een stilleven, een. Je zin breekt in een pijnscheut,
die ik niet kan dragen. Die ik niet kan dragen.
We rusten, Cendera mata, je hangt me
de hanger om, bij de rest en zegt,
Wel.

Beeld van Double Exposure Paintings door  Pakayla Rae Biehn 

Beeld van Double Exposure Paintings door 

Pakayla Rae Biehn