thuiskomen

Hij stapte weer binnen,

de inkt in het brieftapijt

kraakte in zijn pas.

Hij had lelies, heet van de zon

op zijn onderarmen, mee.

Haar hand zachte langs zijn wang.

Ze liet de mand, de was te hangen,

knikte licht, ontkleedde.

Aan het plafond pakte traag

de lucht de bladen in het rondgaan,

een bolle opgewonden hartslag.

Hij vroeg haar. Ze zei iets liefs.

Ze zetten kruisjes op dagen verlaten,

ook die gebroken waren.