I.

tot je handen of je stem

wat minnen vangt in vragen je te dragen

als een sjaal geknoopt van onvermogen

tranen het verdriet te min te zijn

terwijl in m'n kleine wereld en de kleine

dagen duiken tropenbloemen ik tel ze

slecht de onscherpte van mijn ogen

druipt mijn geest tot je handen of je stem

voor de kust drijven pelikanen ze spreken

hees je naam ik drijf nader onder water

bollen stoffen die ik ken die we samen

te water lieten daags na ons na wij

die zeven zeeën keerden eer weer

hier te stranden rond je schouders

in het branden van de zon wat minnen vangt

in stamelvragen je te dragen alle dagen

tot je handen tot je handen

tot je handen of je stem