Voor Thuis

Overnacht zomer brak de grond

het was net nog geen dag als

ze stak haar op in amber.

De tuin streelde stralen blootsvoets

licht haar tintelende slapen,

ze knielde. Harde dode handen

van ander grepen haar enkels terwijl

de stokken binden bonden.

 

Ze werd zeventien vandaag.

 

Haar polsen vonden zijn stem

regendruppel zacht van zijn

handen te glijden de reden te vernoemen.

Hij was zonder en vol, ze sloeg

haar ogen op als antwoord vleugelde

zijn lach in de wind leken krekels  

haar de weg te willen wijzen.

 

De zon kwam op en nam haar

jaren. Later

 

Haar tuin was groen, ze vond metersdiep

begraven vragen omhooggestreeld

door de wortels van de rozen die ze plantte

op haar zeventiende verjaardag.

 

Voor zijn thuiskomst.