Niet ondiep

In het ondiepe
waar
het voor het oprapen
     ligt

stap je met je armen
balancerend

(want de kleine keien
tussen het schelpenknarsen
zijn bedrieglijk! onevenwichtig)

je trok je rok op tot
buidel vol schatten – kletsnat 

het zout water sijpelt
je kuiten
tussen je tenen
de zee in
 
de zon schijnt
niet
de hele tijd
niet

elke vondst is een corazon

maar
als
je valt
moet
je lachen

en je schaduw
danst non-
stop

Ik loop
vier meter later
mij geluk
om te componeren
in meer
blink in de zon
van zout in mijn ogen;

je maakt een zand-engel,
je kijkt me aan,
je vraagt me in de zon te
     staan –

en zegt niet dat je dat
wat je ziet meer mint dan
dat je dat wat je ziet
schiep
al weten we dat
wel –