Wiegen

I.
het licht verrast
je hand
met een schokje
verlost
van een kramp (van gedachten
ontmanteld);
"we bouwden
forten met kantelen
vol onvergeten dat
geen stormram breekt.”

II.
het licht bedwelmt
je hand
in je hals als je
droomt
het troost me (met zinnen
verklonken);
“we vullen
karaffen tot ze kantelen,
de wijn onze voetzolen 
dronken tolt.”

III.
het licht zo voor
de hand
dat ik breek als
ik spreek
van je pijn (van zorgen
bedrukt);
“we dragen
twee lichamen in kanten
bundels die meer dan
twee, één zijn."